zondag 8 juli 2007
Volgens ingewijden zal de heropening van het Rijks nog langer op zich laten wachten, zeker tot 2012.
In een artikel in de NRC van vrijdag 6 juli jl. wordt duidelijk dat de vertragingen die bij de renovatie zijn opgetreden toegeschreven moeten worden aan het hoogmoedige en koppige gedrag van een aantal opdrachtgevers. Men meende dat men boven de wet stond en was er volstrekt niet op voorbereid dat men zich normaal aan de regels moest houden. Door deze zelfoverschatting is in de voorbereidingsfase veel noodzakelijk huiswerk niet gedaan en dat heeft tot jaren vertraging geleid.
Opnieuw wordt duidelijk dat de schuld van de vertragingen niet ligt bij dwarsliggende burgers en lokale bureaucraten en politici (zoals de verbouwingsorganisatie iedereen heeft willen laten geloven), maar uitsluitend te wijten is aan het lichtzinnige gedrag van de leidinggevenden bij het Nieuwe Rijksmuseum. Dat is er de oorzaak van dat de renovatie minstens 9 (negen!) jaar duurt.
Intussen leggen de schuldigen nog steeds de schuld bij anderen en tonen ze geen spoor van schuldbewustheid. Integendeel, de niet geringe financiële gevolgen van het wangedrag komen, zegt Ronald de Leeuw (nog steeds directeur van het Rijksmuseum), voor rekening van het publiek dat “door de langere afsluiting minder museum” zou krijgen. Dat is wel een erg pikante opmerking uit de mond van iemand die gedurende de jaren van sluiting geen huur hoeft te betalen aan de Rijksgebouwendienst, maar intussen met een museum in beknopte vorm (waarvoor dus geen huur betaald wordt) meer bezoekers trekt dan vóór de sluiting. Het publiek krijgt dus niet alleen minder museum voor z'n geld, maar zal ongetwijfeld (als belastingbetalers) ook de rekening gepresenteerd krijgen voor de door de Rijksgebouwendienst gederfde inkomsten.
Op de vraag of de Rijksoverheid zich verantwoordelijk voelt voor de geldverkwisting waar ze zich aldoende in feite aan schuldig maakt, ligt het antwoord voor de hand.
Het is echter te hopen dat het bestuur van stadsdeel Oud-Zuid wel zijn verantwoordelijkheid neemt en ingrijpt. Aan het onnodig dichthouden van de onderdoorgang moet nu zo snel mogelijk een eind gemaakt worden.
Bron: NRC
Zie ook: Het Parool van 15 september 2007
[ Terug naar nieuws ]